Rijmgein.nl

Graphics by Loes

Struikelzinnen

Hier vindt u een verzameling tongbrekers. Als u zelf nog een struikelzin kent die absoluut op deze pagina moet, laat de zin dan weten via het contact formulier op de Informatiepagina!

  1. Lientje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan.
    Maar toen Lotje niet wou lopen liet Lientje Lotje staan.
  2. Wisky mix je met een wiskymixer.
  3. Als in Graven graven gravengraven graven, graven graven gravengraven.
  4. Als vliegen vliegen en bijen vrijen, vliegen de vliegen de vrijende bijen vliegensvlug voorbij.
  5. Mijn zeven zeven zeven keer beter.
  6. Aleid de meid had een geit.
    Die geit kon drinken uit een gieter.
    'Ik giet,' zei Leid de meid,'
    'de geit wat water in die geitegieter.'
  7. Piet van Tiel zijn nieuwe fiets
    heeft drie wielen en vier wieken.
    Nu zegt ieder zonder liegen:
    'Ik heb Piet zijn fiets zien vliegen.'
  8. 'Klaas Vaak, waar ga jij slapen?
    Of slaap je niet, Klaas Vaak
    's Avonds laat jij mij gapen.
    En dan gaat Klaas slapen op de maan!'
  9. Kootje Boon wil overkomen.
    Over stromen, over bomen.
    Kootje koopt een grote boot.
    Zo stoomt Kootje door de goot.
  10. Schobbertje heeft een schaapje.
    Dat scheert hij met een schaartje.
    En als de schaap geschoren is,
    vindt Schobbertjes schaap het buiten fris.
  11. Zeven zakken zangzaad
    en zachte zalf
    zocht de ziekenzuster
    voor de zieke zwaluw
    in de ziekenzaal.
  12. Sluipertje, het slimme slakje
    sleept een sleetje door het slijk.
    Nu sliert dat slime Sluipertje
    op zijn slofjes van de slappe dijk.
  13. 'Dag, kleine kerel,' zei kraai Kras,
    'Moet jij niet naar de krekel-klas?'
    'Nee,' zei Klaas Krekel, 'ik lees in de krant,
    Dat de kleuter-krekel-klas is afgebrand.'
  14. Heintje Sijs zat op een zeiltje,
    met een nijlpaard bij een teiltje.
    Dat schreide: 'ik krijg pijn in mijn lijf,
    als ik in dat kleine tijltje drijf!'
  15. Als ik die wolken na tuur
    beleeft zij zo een nat uur
    in de natuur.
  16. Vissers die vissen naar vissen en vissers die vissen die vangen vaak bot. De vissen waar de vissende vissers naar vissen, vinden vissers die vissen vervelend en rot!
  17. Bram de brave broer van breiende brauwende Brielse Brechtje, bracht in zijn bronsbruin broekje een bril en een brandbrief en een gebroken brokje bros bruin brood over de brede brug naar Breukelen.
  18. Knappe kappers kappen knap, maar de knecht van de knappe kapper kapt nog knapper dan de knappe kapper kappen kan.
  19. Mientje Mandemakers' mooiste meisje maakte mutsjes met moeders mooiste machientje.
  20. De grove graaf groef grif een gaaf graf.
  21. Wie weet waar Willem Wouters woont?
    Willem Wouters woont wijd weg.
    Waar westerse wilden wonen,
    woont Willem Wouters.
  22. Drie dikke drilboren drillen door drie dikke deuren.
  23. Klappertandend kwam Kees Koukleum kolen kopen. Kijk kijk, kakelde kolenkoopman Kuipers. Kees klappertandt! Koud, Kees? Kerel, klaagde Kees. Krakende knieŽn, klapperende kiezen, compleet knikkende kuiten. Curieuze kou, knikte Kuipers. Koop kolen, knul! Kolen kunnen kou klein krijgen!
  24. Roverovervallen vallen overal voor. Het valt voor dat bij een roveroverval een rover voorover over een roverval valt. Maar een rover heeft het er wel voor over om bij een roveroverval voorover over een roverval te vallen. Want voor een rover schiet er bij een roveroverval altijd wel wat over!
  25. Wat een weer weer zei de wasvrouw die aan de was was.
  26. Ik zag haar haar haar kammen.
  27. Ik lag op haar schoot, en viel in slaap.
    Ik lag op haar, schoot, en viel in slaap.
  28. Als een potvis in een pispot pist, heb je een pispot vol potvispis.
  29. Avonturen in avonduren.
  30. Als jouw tekkel mijn tekkel tackelt,
    tackelt mijn tekkel jouw tekkel terug.
  31. Ping en Pong speelden pingpong. Ping pingpongde de pingpongbal naar Pong en Pong pingpongde de pingpongbal naar Ping.
  32. Een pet met een platte klep is een platte kleppet.
  33. Alle apen apen alle apen na.
  34. De kat krabte de krullen van de trap.
  35. Kapper Knap, de knappe kapper, knipt en kapt heel knap, maar de knecht van kapper Knap, de knappe kapper, knipt en kapt nog knapper dan kapper Knap, de knappe kapper.
  36. De postkoetskoetsier poetst de postkoets met postkoetspoets op een postkoetspoetsdoek.
  37. Trillend trippelde tante Tiny tandeloos naar de treiterende tandarts.
  38. Jeukt jouw jeukende neus ook zo als mijn jeukende neus jeukt?
  39. De slang slingert slingerend door het slijmerige slib.
  40. Kakelende kippen klappen voor klakkende kakkerlakken.
  41. Onder de afwas viel de afgewassen asbak in de afwasbak.
  42. Als vliegen tegen vliegen vliegen vliegen vliegen vliegens vlug.
  43. De kok snijdt recht en de meid snijdt scheef!
  44. Op de Wiebelebonse berg wonen Wiebelebonse mensen, die hebben Wiebelebonse kinderen, die eten Wiebelebonse pap, met een Wiebelebonse lepel uit een Wiebelebonse nap...
  45. Mensen mensen wat een mensen zeiden de mensen tegen de mensen toen de mensen mensen zagen.
  46. Je mag zeggen wat je denkt als je maar niet denkt dat je wat te zeggen hebt.
  47. De grote gave graaf graaft graag een groot gat met zijn grote, gave, gele graafmachine.
  48. Drieduizend door de Desert dansende dromedarissen delen daar de droge dansvloer.
  49. Hulpseiners zijne seiners die seinen als andere seiners ziek zijn.
  50. Frans zei tegen frans in het frans
    is frans in het frans ook frans?
    Nee zei frans in het frans tegen frans
    frans is in het frans francois.
  51. Een schipper had een schip vol schapen. Een van de schapen scheet op de schoen van de schipper. De schipper zei Als jij nog een keer op mijn schoen schijt schop ik je met bescheten schoen het schip af.
  52. De knappe kapper knipt de knappe klant knap kaal.
  53. De Dikke Dame Duwde De Dunne Dame De Draaideur Door,
    Doordat De Dikke Dame De Dunne Dame De Draaideur Door Duwde,
    Duwde De Dikke Dame De Dunne Dame Dood.
  54. Wij willen wel witte warme wollen winter wanten wassen, wisten wij waar warm water was...
  55. Voordat was was was, was was is...
  56. Grote grutten wat een grote grot is dat!
  57. Als vliegen boven vliegen vliegen vliegen vliegen boven vliegen.
  58. Een plaatje aan twee kantjes op een kantje van een bandje.
  59. Zwarte zwanen zwemmen in de zwarte zee.
  60. Ik kan niet begrijpen dat jij dat niet begrijpen kunt, als het nu zo onbegrijpelijk was, kon ik best begrijpen dat jij het niet begrijpen kunt, maar nu het zo begrijpelijk is kan ik niet begrijpen dat jij het niet begrijpen kunt!
  61. Stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger, stofzakloze stofzuiger!
  62. Atentomatentomatentomatenatvrat)
    (At en Tom aten tomaten, Tom at en At vrat)
  63. Zou me zo een zorg zijn, zou mijn zusje Sientje zeggen
    als ze op een sinaasappel van zeven centen zat te sabbelen.
  64. Ik wil op slag uitslag over die opslag anders neem ik op slag ontslag.
  65. Toen Tomaten tomaten, Tomaten Tovrat
    (To en Tom aten tomaten, Tom at en To vrat)
  66. Als achter vliegen vliegen vliegen, vliegen vliegen vliegen achterna.
  67. Na apen de apen, apen na apen de apen na.
  68. De drukker zucht in droeve druk, want weinig drukte viel hem druk. 't Is geen bedrukte drukker, viel het drukken maar wat drukker.
  69. Twee chinezen, Ping en Pong, speelden samen pingpong. Ping pingpongelde de pingpongbal naar Pong en Pong pongpingelde de pingpongbal naar Ping.
  70. Een kus is een afdruk van een indruk die met nadruk vraagt om herdruk.
  71. Iemand die niets weet en weet dat ie niets weet,weet meer dan iemand die niets weet en niet weet dat ie niets weet.
  72. Zeven zwarte zwanen zwommen door de Zuiderwester Zee.
  73. Achter grootmoeders hutje groeien zeven kroten op een klutje.
  74. Trui, Trui, wat zeggen de lui. De lui zeggen Trui is lui. Nee zegt Trui dat liegen de lui. Ik ben niet lui zegt Trui.
  75. Sluwe Sjaantje sloeg de slome slager.
  76. Fluitende Flore verliet het vervloekte flensjeshuis, ze vloog fluitend en fladderend vliegens vlug terug naar het verlaten familiehuis.
  77. Met plakband plak je een klapband.
  78. Alle dikke en dunne dames dansen dan samen in de draaiende danszaal.
  79. Wat was was toen was nog geen was was.
  80. De tekkel tackelde de tekkel en de tekkel tackelde de tekkel toen weer terug.
  81. Zeven Zaventemse zotten zwommen zeven zomerse zondagen zonder zwarte zwembroek, ze zeiden zeker, ze zijn zeker zot, Zaventemse zotten zullen zinken zonder zwarte zwembroek.
  82. Weet je wat noodseinen seine? Noodseinen seine seinen als de andere seinen kapot seinen.
  83. Achter m'n grootmoeders hutje hangen drie droge kroten op een klutje.
  84. Hottentottententententoonstelling.
  85. Drink geen vermouth als u vermoedt dat u ver moet.